- Home
- Verslag van het Havenbedrijf
- Haven in het kort
- Ligging en positie van Rotterdam
Ligging en positie van Rotterdam
Rotterdam is als enige haven in Noordwest-Europa direct toegankelijk voor de meest diepstekende schepen. De haven biedt een grote verscheidenheid aan marktsegmenten en goederenstromen: massagoed (droog en nat massagoed) en stukgoed (containers en breakbulk). Chemie en (proces)industrie zijn sterk vertegenwoordigd. Rotterdam is de grootste Europese aanvoerhaven van ruwe olie en ijzererts. In het aantrekken van ladingstromen concurreert Rotterdam met andere havens in de Hamburg-Le Havre (HLH) range. In de chemiesector geldt een wereldwijde concurrentie.
BeschrijvingBeschrijving
Het haven- en industriegebied van Rotterdam ligt pal aan de Noordzee en is de enige haven in Noordwest-Europa die direct toegankelijk is voor de meest diepstekende schepen. Bovendien biedt de haven een grote verscheidenheid: een breed scala aan marktsegmenten en goederenstromen, hoogwaardige en veelzijdige faciliteiten voor de opslag, overslag en distributie van uiteenlopende grondstoffen en producten. Daarnaast is de (proces)industrie en chemie sterk vertegenwoordigd in Rotterdam. Industriële clusters die op zichzelf lading aantrekken en binden. Met een uitgebreid netwerk aan achterlandverbindingen (binnenvaart, feeder, shortsea, spoor, weg en pijpleiding) verzekert Rotterdam de aan- en afvoer van goederen van en naar de Europese markt – een markt met zo’n 350 miljoen consumenten. De directe toegevoegde waarde van het Rotterdamse haven- en industriecomplex bedroeg in 2007 circa € 14,6 miljard. De directe werkgelegenheid van het havencomplex bedroeg in 2007 ongeveer 90.000 personen. Daarnaast genereert de Rotterdamse haven zo’n 56.000 indirecte banen.
GoederensegmentenGoederensegmenten
In de haven van Rotterdam wordt massagoed (droog en nat massagoed) en stukgoed (containers en breakbulk) overgeslagen. In de figuur wordt de verhouding binnen deze overslag weergegeven. Hierbij is gezien de relatieve omvang nat massagoed onderverdeeld naar ruwe olie en minerale olieproducten inclusief overig nat massagoed. Droog massagoed, containers en breakbulk zijn in de figuur niet verder onderverdeeld.
Logistieke hubLogistieke hub
De unieke combinatie van industriële en logistieke voorzieningen maakt dat Rotterdam de grootste Europese aanvoerhaven is van ruwe olie. Dit geldt ook voor de doorvoer van erts naar de Duitse hoogovens in het Ruhrgebied. Bovendien is de haven op de wereldmarkt van minerale olieproducten uitgegroeid tot belangrijke ’handelsplaats’ - onder meer vanwege de beschikbare capaciteit van onafhankelijke tankopslag. Met de bouw van de eerste LNG terminal op de Maasvlakte ontwikkelt Rotterdam zich nu ook als distributieknooppunt in de gasaanvoer voor Nederland en Europa. Er ontstaat een zelfde positie als ’energiehaven’. Dit is het resultaat van de plannen voor de bouw van nieuwe energiecentrales op de Maasvlakte. Daarnaast heeft Rotterdam zich - ook in de huidige crisistijd - bewezen als belangrijkste Europese gateway voor containerstromen. Door de toename van goederenstromen van en naar secundaire havens in Europa versterkte de haven zijn positie als hub in de logistieke netwerken. De ingebruikname van Ultra Large Container Carriers (ULCC's) op diverse containerdiensten op de route Azië - Europa leverde daar een bijdrage aan.
ConcurrentieConcurrentie
Voor de ontwikkeling van de haven is de toename van bedrijvigheid cruciaal. In het aantrekken van ladingstromen concurreert Rotterdam met andere havens in de Hamburg-Le Havre (HLH) range. Deze havens bedienen allemaal het achterland van Noordwest-Europa.
De concurrentie verschilt sterk per segment. Voor containers zijn Antwerpen en Hamburg de belangrijkste concurrenten; voor kolen is dat Amsterdam, en voor ruwe olie Le Havre en Wilhelmshaven.
In de chemiesector geldt een wereldwijde concurrentie. Wordt alleen naar Noordwest-Europa gekeken dan is Antwerpen de belangrijkste tegenspeler. Belangrijke factoren in de concurrentiestrijd zijn: ligging aan diep water, terminals van wereldklasse, beschikbaarheid van ruimte, goede ontsluiting vanwege verschillende achterlandverbindingen (weg, water, spoor, pijpleidingen), kwaliteit van de dienstverlening, kosten en een aantrekkelijk vestigings- en woonklimaat. Beide chemische complexen zijn echter ook complementair. De petrochemische complexen van Antwerpen en Rotterdam zijn sterk met elkaar verbonden via pijpleidingen en binnenvaart. Rotterdam levert bijvoorbeeld een groot gedeelte van de grondstoffen voor de petrochemie in Antwerpen.

[